De boeren en burgers van Achmea

De leden van de vereniging, de eigenaren …..

Achmea
Achmea heeft zijn oorsprong in de negentiende eeuw, met de oprichting van de Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij ‘Achilles’ in 1811. Deze maatschappij werd opgericht door boeren en burgers in de regio Achterhoek om zich gezamenlijk te verzekeren tegen brandschade aan hun eigendommen. In 1989 fuseerde ‘Achilles’ met een andere coöperatieve verzekeraar genaamd ‘Centraal Beheer’ om Achmea te vormen. Centraal Beheer was opgericht in 1909 als een onderlinge verzekeringsmaatschappij voor werknemers van de Nederlandse Spoorwegen.
De geschiedenis van Achmea illustreert de evolutie van coöperatieve verzekeringen in Nederland en het belang van solidariteit en samenwerking bij het beschermen van individuen en gemeenschappen tegen risico’s.

Groter en groter
Door de jaren heen heeft Achmea zijn diensten en productaanbod uitgebreid, en het is nu een van de grootste verzekeraars en financiële dienstverleners in Nederland. Het bedrijf biedt een breed scala aan verzekeringen, waaronder zorg-, schade- en levensverzekeringen, evenals pensioen- en vermogensbeheerproducten. Achmea heeft ook verschillende dochterondernemingen en merken onder zijn vleugels, waaronder Interpolis, Zilveren Kruis, en FBTO. Het blijft een coöperatieve verzekeraar, wat betekent dat het bedrijf eigendom is van de verzekerden en dat winsten worden teruggegeven aan de leden in de vorm van premiekortingen of andere voordelen.

Ledenadministratie, …..

Doekje voor het bloeden
Verzekeraars – waaronder Achmea – zetten nu, samen met verschillende belangenbehartigers, regelingen in de steigers om te komen tot ‘zogenaamde woekerpolis-schikkingen’ (beter: compensaties / tegemoetkomingen) om de schade door niet transparante kosten en premies met een relatief geldbedrag voor de polishouders acceptabel te maken. Op de valreep: juridische procedures werden tot het uiterste gelengd en vlak voor de eindstreep, van het ontstaan van jurisprudentie, werd dan dezer dagen een zogenaamd resultaat bereikt. Zogenaamd: want nog steeds is het zo dat tenminste 90% van de bereikte polishouders, deelnemers, nog akkoord moet gaan. Vele mensen zijn het zat en kijken straks tegen een minimale pleister tegen het bloeden aan. En nog wel een vergoeding uit de eigen zak van de polishouders zelf.

De weg kwijt
Per regeling valt er nog wel het één en ander op te merken. Zo zijn per verzekeraar en polistype de oorzaken van de woekerpolis-schade niet altijd het zelfde. Dergelijke nare verschijnselen sluipen als het ware in het bedrijf, worden een systeemonderdeel. De betrokken verantwoordelijken denken er ook mee weg te kunnen komen. Al gaande is men misschien de geschiedenis vergeten en normaal gaan maken wat niet normaal is. ‘Verzekeren’ is en blijft in de kern een heel eenvoudig iets: alleen kun je de risico’s niet aan, daarom vorm je een groep en als er wat met iemand gebeurt heb je samen een (spaar)pot om met elkaar het slachtoffer te helpen. Buiten de groep premiebetalers en schadegerechtigden zijn er geen andere belanghebbenden.

Het belang bepaalt de mening
Met het groter worden kwamen er meer belanghebbenden op het speelveld. Besturen van de verenigingen en directies van de bedrijven kwamen op een grotere afstand te staan van de verzekerden, de leden van de coöperatie. De overheid, de ‘staat’, als verantwoordelijke voor het toezicht op het gedrag en de financiële weerbaarheid van de verzekeraars. De vraag is waar het belang van de verzekerden is gebleven? Zoals nu bij de zogenaamde schikkingen? Er wordt gesproken over zogenaamd grote bedragen aan compensaties. Wie betaalt de rekening van de zogenaamde schikkingen en waar komt het geld eigenlijk vandaan? Hoe zit dat eigenlijk precies bij ‘een vereniging met leden die de winst verdelen’?

Horen, zien en zwijgen óf zelf even rekenen, terug naar af
De ouderwetse verzekeraar, zoals de “Achilles”, spaart zijn pot bij elkaar door de inleg van de verzekerden. Maakt wat kosten en keert schades uit. Blijft er wat over dan wordt de winst voor een deel gereserveerd voor mogelijk hele grote tegenslagen, de rest van de winst wordt weer onder de verzekerde leden verdeeld en uitgekeerd als winstdeling. Bij de huidige grote clubs gaat het kennelijk anders. Het verdwenen woekerpolisgeld is zogenaamd weg. De geldstromen zijn onduidelijk, de rechtsprocedures tot het uiterste gerekt zonder dat er recht is gesproken en iedereen is er moe van gemaakt. ‘De staat’ staat er bij er kijkt er naar. Tenzij, ……. men er toe komt zelf te bepalen hoe men zelf kan nadenken én rekenen. Als je even een moment neemt: hoeveel geld is er weg? Waar is het gebleven? Waar komt het geld voor de schikkingen werkelijk vandaan? Welke leden betalen voor welke leden? Wat gaat er gebeuren als men de solidariteit en samenwerking weer vorm geeft en een eigen Financieel Verbond vormt? ‘Terug naar af’.

Dé vraag
Stel dat het geld voor de zogenaamde schikkingen niet afkomstig is van degenen die echt van ‘het woekeren’ hebben geprofiteerd, maar in werkelijkheid wél van alle polishouders die daarom hogere premies moeten betalen en minder in de winst kunnen delen. Is het dan niet zo dat met de zogenaamde schikkingen, die nog helemaal niet rond zijn, er juist nog meer woekerpolissen bij gaan komen? Kwestie van even rekenen. (Als je hier anders over denkt dan vernemen wij dat graag).

Zo kun je meedoen:
Aanmelden Financieel Verbond