Monthly Archives: april 2024

De ‘zogenaamde woekerpolisschikkingen’: nóg meer woekerpolissen.

Doekje voor het bloeden
Verzekeraars zetten nu, samen met verschillende belangenbehartigers, regelingen in de steigers om te komen tot ‘schikkingen’ (beter: compensaties / tegemoetkomingen) te komen om de schade door niet transparante kosten en premies met een relatief geldbedrag voor de polishouders acceptabel te maken. Op de valreep: juridische procedures werden tot het uiterste gelengd en vlak voor de eindstreep, van het ontstaan van jurisprudentie, werd dan zogenaamd een resultaat bereikt. Zogenaamd: want nog steeds is het zo dat tenminste 90% van de bereikte polishouders, deelnemers, nog akkoord moet gaan. Vele mensen zijn het zat en kijken straks tegen een minimale pleister tegen het bloeden aan.

De weg kwijt
Per regeling valt er nog wel het één en ander op te merken. Zo zijn per verzekeraar en polistype de oorzaken van de woekerpolis-schade niet altijd het zelfde. Een doorgeslagen bonuscultuur en kaders van opzettelijke misleiding komt echt niet bij elke verzekeraar voor. Dergelijke nare verschijnselen sluipen als het ware in het bedrijf, worden een systeemonderdeel. De betrokken verantwoordelijken denken er ook mee weg te kunnen komen. Al gaande is men de weg kwijtgeraakt en normaal gaan maken wat niet normaal is. ‘Verzekeren’ is en blijft in de kern een heel eenvoudig iets: alleen kun je de risico’s niet aan, daarom vorm je een groep en als er wat met iemand gebeurt heb je samen een (spaar)pot om met elkaar het slachtoffer te helpen. Buiten de groep premiebetalers en schadegerechtigden zijn er geen andere belanghebbenden.

‘Mijn glas, loopt ras’
Bijvoorbeeld de Nationale-Nederlanden. De roots van Nationale-Nederlanden liggen in het Nederland van de 18e eeuw. Regionale fondsen werden toen opgericht om mensen van bepaalde dorpen, beroepsgroepen, maar ook weduwen en wezen te verzekeren tegen tegenslag. Vele hadden een zinspreuk in hun naam. Zoals het Begrafenisfonds ‘Mijn glas, loopt ras’. Vele, kleine, maatschappijen zijn in de loop van de 19e en 20e eeuw overgenomen door Nationale-Nederlanden. Zoals bijvoorbeeld de ‘Hollandsche Societeit van Levensverzekeringen’ uit 1807. Dit was de eerste maatschappij die gebruik maakte van wetenschappelijk berekende sterftetafels en premies. Twee bedrijven hebben de Nationale-Nederlanden gevormd: ‘De Nederlanden van 1845’, een brandverzekeraar uit Zutphen en de ‘Nationale-Levensverzekering-Bank’, opgericht in 1863 in Rotterdam. In 1963 fuseerden deze twee, waarbij de combinatie van een stevige binnenlandse positie en een grote internationale ervaring maakte dat Nationale-Nederlanden de grootste verzekeraar van Nederland werd.

Groter en groter
Het nieuwe bedrijf moest zich blijven wapenen tegen de concurrentie. Ondanks buitenlandse overnames, met name in de Verenigde Staten was versterking op de binnenlandse distributiemarkt noodzakelijk. Die werd gevonden in 1991 toen Nationale-Nederlanden fuseerde met de NMB Postbank Groep om een geheel nieuwe vorm van financiële dienstverlener te creëren: Internationale Nederlanden Group (ING). In de eerste jaren werden internationale banken overgenomen, later volgden ook verzekeraars. In korte tijd had ING een sterke positie verworven met internationaal aanzien. Nationale-Nederlanden bleef onder haar eigen naam actief.

Too big to fail
Tijdens de kredietcrisis kreeg ING in 2008 een lening van de Nederlandse staat waarna zij door de Europese Commissie werd gedwongen de bank- en verzekeringsactiviteiten te splitsen. Sinds 2 juli 2014 is het nieuwe NN Group N.V. beursgenoteerd aan Euronext in Amsterdam, waarvan Nationale-Nederlanden het Nederlandse onderdeel is. In 2017 nam NN Group Delta Lloyd over en zijn de activiteiten in Nederland en België samengegaan. NN Group is met de merken Nationale-Nederlanden, NN, ABN AMRO Insurance, Movir, AZL, BeFrank en OHRA actief.

Het belang bepaalt de mening
Met het groter worden kwamen er meer belanghebbenden op het speelveld. Aandeelhouders, met een verre afstand van de verzekerden. De overheid, de ‘staat’, als verantwoordelijke voor het toezicht op het gedrag en de financiële weerbaarheid van de verzekeraars. De vraag is waar het belang van de verzekerden is gebleven? Zoals nu bij de zogenaamde schikkingen? Er wordt gesproken over zogenaamd grote bedragen aan compensaties. Maar hoe relatief is het als de totale som van aan schadevergoedingen vergelijkbaar is met een bonusuitkering aan wat directeuren? Wie betaalt de rekening en waar komt het geld eigenlijk vandaan?

Horen, zien en zwijgen óf zelf even rekenen
De ouderwetse verzekeraar spaart zijn pot bij elkaar door de inleg van de verzekerden. Maakt wat kosten en keert schades uit. Blijft er wat over dan wordt de winst voor een deel gereserveerd voor mogelijk hele grote tegenslagen, de rest van de winst wordt weer onder de verzekerden verdeeld en uitgekeerd als winstdeling. Bij de grote jongens gaat dat anders. Het verdwenen woekerpolisgeld is zogenaamd weg. De aandeelhouders zijn anoniem, de bonussen als ‘rechten uitgekeerd’, de rechtsprocedures tot het uiterste gerekt zonder dat er recht is gesproken en iedereen is er moe van. ‘De staat’ staat er bij er kijkt er naar. Tenzij, ……. men er toe komt zelf te bepalen hoe men zelf kan nadenken. Als men zelf even gaat rekenen: hoeveel geld is er weg? Waar is het gebleven? Waar komt het geld voor de schikkingen werkelijk vandaan? Wat gaat er gebeuren als men wederom in staat is om te zeggen ‘Draagt Elkanders Lasten’, als men een eigen Financieel Verbond vormt? ‘Terug naar af’.

Dé vraag
Stel dat het geld voor de zogenaamde schikkingen niet afkomstig is van degenen die echt van ‘het woekeren’ hebben geprofiteerd, maar in werkelijkheid wél van alle polishouders die daarom hogere premies moeten betalen en minder in de winst kunnen delen. Is het dan niet zo dat met de zogenaamde schikkingen, die nog helemaal niet rond zijn, er juist nog meer woekerpolissen bij gaan komen? Kwestie van even rekenen.

Aanmelden Financieel Verbond

a.s.r. in de storm ook het kompas kwijt? Nog meer woekerpolissen.

a.s.r.
De a.s.r. is een Nederlandse verzekeringsmaatschappij die haar oorsprong heeft als “Assurantie Stad Rotterdam” dat ontstond in 1720, een tijd waarin handel en scheepvaart bloeiden in Rotterdam. In dat jaar richtte een groep kooplieden en handelaren de ‘Onderlinge Assurantie Compagnie van de Stad Rotterdam’ op. Het doel was om zich te beschermen tegen de risico’s die verbonden waren aan de maritieme handel, zoals schade aan schepen en ladingen door stormen, piraterij en andere gevaren op zee. De oprichting van deze onderlinge verzekeringsmaatschappij was een reactie op de behoefte van handelaren om zich te beschermen tegen financiële verliezen door onvoorziene gebeurtenissen. Door samen te werken en risico’s te delen, konden ze de financiële impact van rampen verminderen.

‘De beurs (weer) op: groter en groter
In de loop der jaren heeft het bedrijf verschillende namen en eigenaren gehad. In 1997 werd het onderdeel van Fortis, een Belgisch-Nederlandse financiële dienstverlener. Na de financiële crisis van 2008 werd Fortis genationaliseerd door de Nederlandse en Belgische overheden. Als onderdeel van de reddingsoperatie werd a.s.r. in 2008 afgesplitst en genationaliseerd door de Nederlandse staat. Dit leidde tot de heroprichting van ‘Assurantie Stad Rotterdam’ onder de naam ‘ASR Nederland’. Onder het staatsbeheer werd a.s.r. gereorganiseerd en gericht op herstel. Het bedrijf richtte zich op kernactiviteiten zoals levensverzekeringen, schadeverzekeringen en pensioenen. In 2016 werd a.s.r. succesvol geprivatiseerd en ging het weer naar de beurs. Na de beursgang heeft a.s.r. zich verder ontwikkeld tot een van de toonaangevende verzekeraars in Nederland. Het bedrijf heeft verschillende overnames en fusies, zoals recent met de Aegon, doorgevoerd om zijn marktpositie te versterken en zijn dienstverlening uit te breiden. Het bedrijf richt zich ook op duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen, wat een belangrijk onderdeel is geworden van de bedrijfsstrategie.

Duurzaam en maatschappelijk verantwoord

Doekje voor het bloeden
Verzekeraars – waaronder de a.s.r. – zetten nu, samen met verschillende belangenbehartigers, regelingen in de steigers om te komen tot ‘zogenaamde woekerpolis-schikkingen’ (beter: compensaties / tegemoetkomingen) om de schade door niet transparante kosten en premies met een relatief geldbedrag voor de polishouders acceptabel te maken. Op de valreep: juridische procedures werden tot het uiterste gelengd en vlak voor de eindstreep, van het ontstaan van jurisprudentie, werd dan dezer dagen een zogenaamd resultaat bereikt. Zogenaamd: want nog steeds is het zo dat tenminste 90% van de bereikte polishouders, deelnemers, nog akkoord moet gaan. Vele mensen zijn het zat en kijken straks tegen een minimale pleister tegen het bloeden aan. En nog wel een vergoeding uit de eigen zak van de polishouders zelf.

De weg kwijt
Per regeling valt er nog wel het één en ander op te merken. Zo zijn per verzekeraar en polistype de oorzaken van de woekerpolis-schade niet altijd het zelfde. Dergelijke nare verschijnselen sluipen als het ware in het bedrijf, worden een systeemonderdeel. De betrokken verantwoordelijken denken er ook mee weg te kunnen komen. Al gaande is men het kompas en de weg kwijtgeraakt en normaal gaan maken wat niet normaal is. ‘Verzekeren’ is en blijft in de kern een heel eenvoudig iets: alleen kun je de risico’s niet aan, daarom vorm je een groep en als er wat met iemand gebeurt heb je samen een (spaar)pot om met elkaar het slachtoffer te helpen. Buiten de groep premiebetalers en schadegerechtigden zijn er geen andere belanghebbenden.

Het belang bepaalt de mening
Met het groter worden kwamen er meer belanghebbenden op het speelveld. Aandeelhouders, met een verre afstand van de verzekerden. De overheid, de ‘staat’, als verantwoordelijke voor het toezicht op het gedrag en de financiële weerbaarheid van de verzekeraars. De vraag is waar het belang van de verzekerden is gebleven? Zoals nu bij de zogenaamde schikkingen? Er wordt gesproken over zogenaamd grote bedragen aan compensaties. Maar hoe relatief is het als de bedragen aan schadevergoedingen vergelijkbaar kunnen worden gesteld met de beloningsstructuren voor aandeelhouders en de beloningen en bonussen voor directeuren? Wie betaalt de rekening van de zogenaamde schikkingen en waar komt het geld eigenlijk vandaan?

Horen, zien en zwijgen óf zelf even rekenen, terug naar af
De ouderwetse verzekeraar, zoals de “Assurantie Stad Rotterdam” spaart zijn pot bij elkaar door de inleg van de verzekerden. Maakt wat kosten en keert schades uit. Blijft er wat over dan wordt de winst voor een deel gereserveerd voor mogelijk hele grote tegenslagen, de rest van de winst wordt weer onder de verzekerden verdeeld en uitgekeerd als winstdeling. Bij de huidige grote jongens gaat dat anders. Het verdwenen woekerpolisgeld is zogenaamd weg. De aandeelhouders zijn anoniem, de bonussen als ‘rechten uitgekeerd’, de rechtsprocedures tot het uiterste gerekt zonder dat er recht is gesproken en iedereen is er moe van gemaakt. ‘De staat’ staat er bij er kijkt er naar. Tenzij, ……. men er toe komt zelf te bepalen hoe men zelf kan nadenken én rekenen. Als je even een moment neemt: hoeveel geld is er weg? Waar is het gebleven? Waar komt het geld voor de schikkingen werkelijk vandaan? Wat gaat er gebeuren als men wederom in staat is ‘als het stormt zelf het kompas weer ter hand te nemen’ en een eigen Financieel Verbond vormt? ‘Terug naar af’.

Dé vraag
Stel dat het geld voor de zogenaamde schikkingen niet afkomstig is van degenen die echt van ‘het woekeren’ hebben geprofiteerd, maar in werkelijkheid wél van alle polishouders die daarom hogere premies moeten betalen en minder in de winst kunnen delen. Is het dan niet zo dat met de zogenaamde schikkingen, die nog helemaal niet rond zijn, er juist nog meer woekerpolissen bij gaan komen? Kwestie van even rekenen. (Als je hier anders over denkt dan vernemen wij dat graag).

Zo kun je meedoen:
Aanmelden Financieel Verbond

De boeren en burgers van Achmea

De leden van de vereniging, de eigenaren …..

Achmea
Achmea heeft zijn oorsprong in de negentiende eeuw, met de oprichting van de Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij ‘Achilles’ in 1811. Deze maatschappij werd opgericht door boeren en burgers in de regio Achterhoek om zich gezamenlijk te verzekeren tegen brandschade aan hun eigendommen. In 1989 fuseerde ‘Achilles’ met een andere coöperatieve verzekeraar genaamd ‘Centraal Beheer’ om Achmea te vormen. Centraal Beheer was opgericht in 1909 als een onderlinge verzekeringsmaatschappij voor werknemers van de Nederlandse Spoorwegen.
De geschiedenis van Achmea illustreert de evolutie van coöperatieve verzekeringen in Nederland en het belang van solidariteit en samenwerking bij het beschermen van individuen en gemeenschappen tegen risico’s.

Groter en groter
Door de jaren heen heeft Achmea zijn diensten en productaanbod uitgebreid, en het is nu een van de grootste verzekeraars en financiële dienstverleners in Nederland. Het bedrijf biedt een breed scala aan verzekeringen, waaronder zorg-, schade- en levensverzekeringen, evenals pensioen- en vermogensbeheerproducten. Achmea heeft ook verschillende dochterondernemingen en merken onder zijn vleugels, waaronder Interpolis, Zilveren Kruis, en FBTO. Het blijft een coöperatieve verzekeraar, wat betekent dat het bedrijf eigendom is van de verzekerden en dat winsten worden teruggegeven aan de leden in de vorm van premiekortingen of andere voordelen.

Ledenadministratie, …..

Doekje voor het bloeden
Verzekeraars – waaronder Achmea – zetten nu, samen met verschillende belangenbehartigers, regelingen in de steigers om te komen tot ‘zogenaamde woekerpolis-schikkingen’ (beter: compensaties / tegemoetkomingen) om de schade door niet transparante kosten en premies met een relatief geldbedrag voor de polishouders acceptabel te maken. Op de valreep: juridische procedures werden tot het uiterste gelengd en vlak voor de eindstreep, van het ontstaan van jurisprudentie, werd dan dezer dagen een zogenaamd resultaat bereikt. Zogenaamd: want nog steeds is het zo dat tenminste 90% van de bereikte polishouders, deelnemers, nog akkoord moet gaan. Vele mensen zijn het zat en kijken straks tegen een minimale pleister tegen het bloeden aan. En nog wel een vergoeding uit de eigen zak van de polishouders zelf.

De weg kwijt
Per regeling valt er nog wel het één en ander op te merken. Zo zijn per verzekeraar en polistype de oorzaken van de woekerpolis-schade niet altijd het zelfde. Dergelijke nare verschijnselen sluipen als het ware in het bedrijf, worden een systeemonderdeel. De betrokken verantwoordelijken denken er ook mee weg te kunnen komen. Al gaande is men misschien de geschiedenis vergeten en normaal gaan maken wat niet normaal is. ‘Verzekeren’ is en blijft in de kern een heel eenvoudig iets: alleen kun je de risico’s niet aan, daarom vorm je een groep en als er wat met iemand gebeurt heb je samen een (spaar)pot om met elkaar het slachtoffer te helpen. Buiten de groep premiebetalers en schadegerechtigden zijn er geen andere belanghebbenden.

Het belang bepaalt de mening
Met het groter worden kwamen er meer belanghebbenden op het speelveld. Besturen van de verenigingen en directies van de bedrijven kwamen op een grotere afstand te staan van de verzekerden, de leden van de coöperatie. De overheid, de ‘staat’, als verantwoordelijke voor het toezicht op het gedrag en de financiële weerbaarheid van de verzekeraars. De vraag is waar het belang van de verzekerden is gebleven? Zoals nu bij de zogenaamde schikkingen? Er wordt gesproken over zogenaamd grote bedragen aan compensaties. Wie betaalt de rekening van de zogenaamde schikkingen en waar komt het geld eigenlijk vandaan? Hoe zit dat eigenlijk precies bij ‘een vereniging met leden die de winst verdelen’?

Horen, zien en zwijgen óf zelf even rekenen, terug naar af
De ouderwetse verzekeraar, zoals de “Achilles”, spaart zijn pot bij elkaar door de inleg van de verzekerden. Maakt wat kosten en keert schades uit. Blijft er wat over dan wordt de winst voor een deel gereserveerd voor mogelijk hele grote tegenslagen, de rest van de winst wordt weer onder de verzekerde leden verdeeld en uitgekeerd als winstdeling. Bij de huidige grote clubs gaat het kennelijk anders. Het verdwenen woekerpolisgeld is zogenaamd weg. De geldstromen zijn onduidelijk, de rechtsprocedures tot het uiterste gerekt zonder dat er recht is gesproken en iedereen is er moe van gemaakt. ‘De staat’ staat er bij er kijkt er naar. Tenzij, ……. men er toe komt zelf te bepalen hoe men zelf kan nadenken én rekenen. Als je even een moment neemt: hoeveel geld is er weg? Waar is het gebleven? Waar komt het geld voor de schikkingen werkelijk vandaan? Welke leden betalen voor welke leden? Wat gaat er gebeuren als men de solidariteit en samenwerking weer vorm geeft en een eigen Financieel Verbond vormt? ‘Terug naar af’.

Dé vraag
Stel dat het geld voor de zogenaamde schikkingen niet afkomstig is van degenen die echt van ‘het woekeren’ hebben geprofiteerd, maar in werkelijkheid wél van alle polishouders die daarom hogere premies moeten betalen en minder in de winst kunnen delen. Is het dan niet zo dat met de zogenaamde schikkingen, die nog helemaal niet rond zijn, er juist nog meer woekerpolissen bij gaan komen? Kwestie van even rekenen. (Als je hier anders over denkt dan vernemen wij dat graag).

Zo kun je meedoen:
Aanmelden Financieel Verbond

Scildon ‘gaat niet collectief’.

Schikken?
Dezer dagen treffen meerdere verzekeraars ‘zogenaamde ‘woekerpolis-schikkingen’. Zogenaamd omdat het eerder ‘tegemoetkomingen’, ‘suppletieregelingen’ of ‘compensaties’ zijn. De echte schade wordt niet hersteld. Bovendien gaat het allemaal pas echt door als 90% van de deelnemers van een belangenbehartiger zich met een komend voorstel kan verenigen: dat moeten we nog maar zien gebeuren.

Scildon (voorheen: Legal & General)
Genoeg redenen om, namens de Vereniging Financieel Verbond, contact op te nemen met de verzekeraars om van hun standpunten en gedachten kennis te nemen. Zo ook met ‘Scildon’ (voorheen Legal & General).

Op mijn vragen kreeg ik het volgende antwoord (12 april 2024):
“Wij hebben uw bericht in goede orde ontvangen. ‘Scildon’ is ten aanzien van de door haar aangeboden beleggingsverzekeringen in het verleden overwegend transparant geweest over de op dat moment geldende wet- en regelgeving m.b.t. de aard, kostenstructuur, werking en risico’s van de betreffende verzekeringen. ‘Scildon’ heeft destijds de aanbeveling van de Ombudsman (Suppletieregeling) opgevolgd in gevallen waar is vastgesteld dat dit niet het geval was. Daarnaast heeft ‘Scildon’ meerdere stappen genomen in dit dossier vanuit de overtuiging dat het klantbelang centraal staat. Zoals wij eerder aan u hebben bericht is ‘Scildon’ uiteraard bereid iedere individuele klacht, ongeacht de aard, te beoordelen en te beantwoorden. Wij zijn van mening dat een individuele benadering past bij de verschillende beleggingsverzekeringsproducten en vooral ook de positionering van ‘Scildon’. Gelet hierop ziet ‘Scildon’, zoals u in uw mail al treffend verwoordt, geen aanleiding om een collectief schikkingstraject te overwegen. Uw uitnodiging om van gedachten te wisselen over de verschillende scenario’s leggen wij dan ook naast ons neer.”

‘Scildon’ gaat dus niet collectief
Maar ook: “is men uiteraard bereid iedere individuele klacht, ongeacht de aard, te beoordelen en te beantwoorden. Dat is mooi: we herkennen hierin de ‘schrijnende gevallen’. (Alle verzekeraars zijn inmiddels door ons verzocht de criteria voor de ‘schrijnende gevallen’ met ons te delen. Immers de consumenten, en vanuit de zorgplicht de adviseurs, zullen deze criteria vooraf aan het kunnen beoordelen van een zogenaamd schikkingsvoorstel moeten kennen).

Nog steeds mogelijkheden
Een en ander schept dus mogelijkheden. De Vereniging Financieel Verbond, met een bewezen ‘track-record’ van resultaten, kan je daarin bijstaan. Klik hier om je aan te melden.

Graag ter kennisname de betreffende correspondentie: …….

8 juni 2017 (De tijd gaat snel, maar dat is nu juist een kenmerk van ‘het woekeren’).
“U geeft in uw mail aan met een aantal andere verzekeraars tot een akkoord voor een collectieve afwikkeling van klachten over beleggingsverzekeringen te zijn gekomen en u wilt graag met ons overleggen om een soortgelijk akkoord te bereiken. Een dergelijk overleg is wat ons betreft niet opportuun. Wij verwijzen hiervoor naar onze brief van 26 september 2016. Een en ander doet, zoals altijd ons standpunt is geweest, niets af aan het feit dat wij iedere klant (ongeacht de aard individueel en daarom met het oog voor de specifieke situatie beoordelen. Ook hierbij is ruimte voor een, dit kan op initiatief van beide partijen, persoonlijk gesprek.”

26 september 2016 (De tijd gaat snel, maar dat is nu juist een kenmerk van ‘het woekeren’). “U wilt graag in overleg met ons. Wij begrijpen dat het doel van het overleg zou zijn het verkennen van een collectieve oplossing in het dossier beleggingsverzekeringen.

Wij hebben begrip voor uw poging tot afronding van de discussie rond de beleggingsverzekeringen te komen. U zult bekend zijn met hetgeen Legal & General heeft ondernomen. Niettemin zetten wij hieronder enkele punten uiteen.

Er zijn en worden door Legal & General veel initiatieven genomen op de terreinen van klantcommunicatie (informatie/zorgplicht), productontwikkeling, financiële educatie van klanten en procesoptimalisatie. Met name op de terreinen klantcommunicatie en procesoptimalisatie werken wij nauw samen met het intermediair om de klantbeleving te optimaliseren. Dit alles doen wij vanuit de visie dat het bestaansrecht van onze onderneming bestaat uit het creëren van meerwaarde voor klanten en andere stakeholders. ‘Good value for money’ is verankerd in de missie van Legal & General.

Legal & General heeft voor de door haar aangeboden beleggingsverzekeringen onderzocht of zij transparant is geweest met betrekking tot de aard, kostenstructuur, werking en risico’s van de betreffende verzekeringen. Meer concreet heeft Legal & General onderzocht of zij heeft voldaan aan de op dat moment geldende wet- en regelgeving met betrekking tot deze thema’s. Gebleken is dat Legal & General overwegend transparant is geweest.

Om deze reden volgt Legal & General de aanbeveling van de Ombudsman met betrekking tot tegemoetkoming van de verzekeringnemer op in alle gevallen waar de maatschappij niet voldoende eenduidig en helder is geweest met betrekking tot de kostenstructuur van haar producten en/of met betrekking tot overige informatie van het betreffende product., zoals deze door de op dat moment geldende wet- en regelgeving werden voor geschreven. Voor de betreffende gevallen heeft Legal & General een Suppletieregeling opgesteld.

Legal & General heeft de klanten die vallen onder de Suppletieregeling in 2010 en 2011 geïnformeerd over hetgeen de (eventuele) suppletie voor het product betekent. Daarbij wordt de klant gestimuleerd contact op te nemen met de eigen adviseur voor advisering over de wijze waarop de situatie voor de klant kan worden verbeterd. Legal & General biedt klanten hierbij de mogelijkheid om eenvoudig informatie over hun verzekering in te winnen.

In het kader van het zogenaamde flankerend beleid hebben wij in april 2012 100% van deze polishouders geïnformeerd. Daarnaast is de Suppletieregeling per december 2011 geactualiseerd met een gedetailleerde omschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het flankerend beleid voor die verzekeringen die onder de Suppletieregeling vallen. Eén van de punten daarbij is dat Legal & General de betreffende klanten eerder heeft geïnformeerd dat de (eventuele) suppletie aan het eind van de looptijd van de verzekering aan de klant wordt uitgekeerd. Op basis van het flankerend beleid wordt deze suppletie meteen in de verzekering geïnvesteerd. Aan het eind van de looptijd van de verzekering zal Legal & General een controle voor de klant uitvoeren en nagaan of de suppletie voldoende is geweest. Bij uitbetaling van de suppletie vraagt :Legal & General géén finale kwijting.

Voor de beleggingsverzekeringen van Legal & General die niet onder de Suppletieregeling vallen, bestaat (in de meeste gevallen) de mogelijkheid om de samenstelling van de fondsen of andere kenmerken van de verzekering te veranderen. Legal & General biedt ook de mogelijkheid zonder afkoopkosten over te stappen naar een ander product van Legal & General. Voor het overstappen naar producten van andere aanbieders beperken wij de volgens de verzekeringsvoorwaarden geldende afkoopkosten tot maximaal 1% van de poliswaarde.

Met deze punten hebben wij duidelijk willen maken dat Legal & General haar verantwoordelijkheid in dit dossier reeds in ruime mate heeft genomen. Legal & General doet dit overigens niet omdat zij zich in juridische zin daartoe verplicht acht, maar vanuit de – ook branchebrede – overtuiging dat het klantbelang centraal staat en bovendien allen op deze manier  het herstel in het vertrouwen van verzekeraars kan worden hersteld.

Gelet op het bovenstaande ziet Legal & General op dit moment geen aanleiding voor overleg met u over een collectieve oplossing. Wel is en blijft Legal & General steeds bereid in individuele gevallen per dossier te bezien of nadere actie geboden is. Een dergelijke individuele benadering past beter bij de hoeveelheid aan producten die ook door Legal & General is aangeboden, maar vooral ook bij de positionering van Legal & General waarbij vooral beleggingsverzekeringen zijn afgesloten door consumenten met hogere inkomens.
De ervaring leert dat bij deze categorie consumenten, die zich in de regel hebben laten bijstaan door bekwame adviseurs, vrijwel altijd maatwerk is geboden (indien daartoe aanleiding is).”
>> Tot zover de antwoorden van ‘Scildon’.

Hoe kan jij antwoorden krijgen?
Goed, …… geen (zogenaamde / voorwaardelijke) collectieve oplossing dus. Als je voor jouw ‘Scildon-polis’ wil weten of het een woekerpolis is en jij een ‘schrijnend geval’ bent kun je je hier aanmelden. Wij nemen dan contact op om de mogelijkheden die je hebt te bespreken.

René Graafsma

Reaal (Athora)

Reaal
Verzekeraar Reaal heeft met ruim honderd jaar een lange geschiedenis waarbij het verschillende namen heeft gehad. In 1904 werd de verzekeringsmaatschappij opgericht als De Centrale en was een initiatief van de vakbonden. Het was een verzekeraar voor de arbeidersklasse. In 1990 werd na een fusie tussen De Centrale en Concordia de naam Reaal aangenomen.

Groter en groter
In 1996 werd Hooge Huys Verzekeringen overgenomen, wat voor een aanzienlijke groei zorgde. In 1997 fuseerde Reaal met de SNS Bank en werd de naam SNS Reaal. Met de overnames in de jaren daarna van onder andere Zwitserleven en de Nederlandse vestiging van AXA werd het één van de grootste verzekeraars van ons land. In 2013, volop in de kredietcrisis loopt het mis met SNS Reaal. De staat grijpt in en het bedrijf wordt genationaliseerd én gesplitst. De bank en verzekeraar worden van elkaar gescheiden, de verzekeringsactiviteiten worden ondergebracht in VIVAT, ook het moederbedrijf van NowGo en Route Mobiel. In 2015 wordt VIVAT vervolgens verkocht aan het Chinese Anbang. De Reaal-schadeverzekeringen worden ondergebracht bij Nationale Nederlanden en OHRA. Athora maakt vervolgens in 2020 bekend dat het de levensverzekeringstak zelfstandig voorzet.

Doekje voor het bloeden
Verzekeraars – waaronder Reaal (= Athora) – zetten nu, samen met verschillende belangenbehartigers, regelingen in de steigers om te komen tot ‘zogenaamde woekerpolis-schikkingen’ (beter: compensaties / tegemoetkomingen) om de schade door niet transparante kosten en premies met een relatief geldbedrag voor de polishouders acceptabel te maken. Op de valreep: juridische procedures werden tot het uiterste gelengd en vlak voor de eindstreep, van het ontstaan van jurisprudentie, werd dan dezer dagen ook met Athora een zogenaamd resultaat bereikt. Zogenaamd: want nog steeds is het zo dat tenminste 90% van de bereikte polishouders, deelnemers, nog akkoord moet gaan. Vele mensen zijn het zat en kijken straks tegen een minimale pleister tegen het bloeden aan. En nog wel een vergoeding uit de eigen zak van de polishouders zelf.

De weg kwijt
Per regeling valt er nog wel het één en ander op te merken. Zo zijn per verzekeraar en polistype de oorzaken van de woekerpolis-schade niet altijd het zelfde. Dergelijke nare verschijnselen sluipen als het ware in het bedrijf, worden een systeemonderdeel. De betrokken verantwoordelijken denken er ook mee weg te kunnen komen. Al gaande is men misschien de geschiedenis vergeten en normaal gaan maken wat niet normaal is. ‘Verzekeren’ is en blijft in de kern een heel eenvoudig iets: alleen kun je de risico’s niet aan, daarom vorm je een groep en als er wat met iemand gebeurt heb je samen een (spaar)pot om met elkaar het slachtoffer te helpen. Buiten de groep premiebetalers en schadegerechtigden zijn er geen andere belanghebbenden.

Het belang bepaalt de mening
Met het groter worden kwamen er meer belanghebbenden op het speelveld. Besturen en directies van de bedrijven kwamen op een grotere afstand te staan van de verzekerden, de mensen in de organisatie en de klanten. De overheid, de ‘staat’, als verantwoordelijke voor het toezicht op het gedrag en de financiële weerbaarheid van de verzekeraars verloor zo mogelijk het contact met de werkvloeren. De vraag is waar het belang van de verzekerden is gebleven? Zoals nu bij de zogenaamde schikkingen? Er wordt gesproken over zogenaamd grote bedragen aan compensaties. Wie betaalt de rekening van de zogenaamde schikkingen en waar komt het geld eigenlijk vandaan? Hoe zit dat eigenlijk precies bij ‘de oorspronkelijke verenigingen met leden die de winst verdelen’?

Horen, zien en zwijgen óf zelf even rekenen, terug naar af
De ouderwetse verzekeraar, zoals de “Concordia”, spaart zijn pot bij elkaar door de inleg van de verzekerden. Maakt wat kosten en keert schades uit. Blijft er wat over dan wordt de winst voor een deel gereserveerd voor mogelijk hele grote tegenslagen, de rest van de winst wordt weer onder de verzekerde leden verdeeld en uitgekeerd als winstdeling. Bij de huidige grote clubs gaat het kennelijk anders. Het verdwenen woekerpolisgeld is zogenaamd weg. De geldstromen zijn onduidelijk, de rechtsprocedures tot het uiterste gerekt zonder dat er recht is gesproken en iedereen is er moe van gemaakt. ‘De staat’ staat er bij er kijkt er naar. Tenzij, ……. men er toe komt zelf te bepalen hoe men zelf kan nadenken én rekenen. Als je even een moment neemt: hoeveel geld is er weg? Waar is het gebleven? Waar komt het geld voor de schikkingen werkelijk vandaan? Wat gaat er gebeuren als men de solidariteit en samenwerking weer vorm geeft en een eigen Financieel Verbond vormt? ‘Terug naar af’.

Dé vraag
Stel dat het geld voor de zogenaamde schikkingen niet afkomstig is van degenen die echt van ‘het woekeren’ hebben geprofiteerd, maar in werkelijkheid wél van alle polishouders die daarom hogere premies moeten betalen en minder in de winst kunnen delen. Is het dan niet zo dat met de zogenaamde schikkingen, die nog helemaal niet rond zijn, er juist nog meer woekerpolissen bij gaan komen? Kwestie van even rekenen. (Als je hier anders over denkt dan vernemen wij dat graag).

Zo kun je meedoen:
Aanmelden Financieel Verbond